12 juni 1991 – VVV wint koude oorlog tegen NAC

Wie de succesvolle jaren onder trainers Sef Vergoossen en Jan Reker in de jaren 80 heeft meegemaakt, kan zich bijna niet voorstellen dat het toch weer mis zou gaan voor VVV. Wie in de zomer van 1988 – na een fraaie 5e plek en de halve finale KNVB beker tegen Roda JC – voorspelde dat VVV een jaar later roemloos zou degraderen, was voor gek verklaard. Maar het gebeurde toch. Echter voormalig voorzitter Jeu Sprengers kreeg gelijk:”Dit is het lot van een club als VVV; binnen drie jaar zijn we echter weer terug in de eredivisie.”

Het ging sneller dan gedacht want het verblijf in de eerste divisie duurde slechts twee jaar. Op 12 juni 1991 promoveerden de Venlonaren – als derde geëindigd in de reguliere competitie – na een spannend tweeluik met rivaal NAC alweer naar het vaderlandse voetbalwalhalla. De nacompetitie is vaak van opzet gewijzigd. Dat was begin jaren 90 niet anders. Het jaarlijkse toetje kende twee poules van drie ploegen en de winnaars van beide poules mochten het in kruisfinales tegen elkaar opnemen. Op zondag 9 juni was de eerste clash tussen VVV en NAC in Venlo. De ploeg uit Breda weigerde te voetballen – en dus ook te scoren – en was vooral bezig om het aanvallend spel van de ploeg van trainer Henk Rayer onmogelijk te maken. Daarin slaagde het bijna. Spits Jeroen Boere wist acht minuten voor het einde van de wedstrijd een gaatje te vinden in de Bredase muur: 1-0. Het doel om niet te willen scoren zou NAC drie dagen later duur te staan komen.

De 1-0 zege was het begin van een koude oorlog tussen twee rivalen die elkaar vaker om promotie en degradatie bestrijden. Met name vanaf Bredase kant deed men er alles aan om de sfeer grimmig te maken. De opgeklopte sfeer in die dagen, maar ook vlak voor en tijdens de wedstrijd deed soms geforceerd aan, maar was vooral bedenkelijk. De basis lag aan het feit dat VVV-spits Jeroen Boere tijdens het eerste duel zijn tegenstander Ton Cornelissen een trap in de buik zou hebben gegeven. NAC-coach Cor Pot liet zich bij Radio Veronica verleiden tot stemmingmakerij. “Als ik trainer van VVV was, dan stelde ik Boere niet op. Ik durf namelijk niet in te staan voor zijn gezondheid. Voor twee supporters uit Venlo voldoende reden om hun kaartje voor het tweede duel met een begeleidende brief in te leveren. Onder dergelijke omstandigheden wilden zij geen wedstrijd bijwonen en eisten een forse straf voor de trainer.

Boere was dus de kop van Jut. De hele wedstrijd werd hij door de Bredase supporters uitgescholden en bespuugd. NAC wilde de wedstrijd op basis van opportunisme en chauvinisme winnen. Normaal voetballen leek niet aan de orde van de dag. Het vermeende slachtoffer van die eerste wedstrijd en publiekslieveling– Ton Cornelissen – kon niet meespelen. Maar toch. Een paar minuten voor de wedstrijd – het stadion zat een klein uur voor de wedstrijd al helemaal vol – startte hij een onverwachte warming-up. Het publiek raakte in extase. De held speelde mee. Onder die sfeer moest VVV de 1-0 voorsprong verdedigen.

En dat bleek lange tijd bijna onmogelijk. Ton Lokhoff scoorde na een half uur de 1-0 en toen John Smit in de 59e minuut de 2-0 binnenschoot, leek het Venlose fundament in te storten. De ploeg kwam al de hele wedstrijd nauwelijks aan voetballen toe. Echter, NAC groef opnieuw het eigen graf. Na die tweede treffer hinkte de ploeg van Cor Pot op twee gedachtes. Doorgaan met hun stormloop of de voorsprong koesteren. Men was zich bewust van het feit dat één Venloos doelpunt alles kon veranderen. Die uitgoal zou door de 1-0 zege in Venlo dubbel tellen. Als Jos Rutten een kwartier voor tijd een vrije trap neemt, kopt Jeroen Boere – juist hij – de bal door naar de vrijstaande Jay Driessen. Deze bedenkt zich geen moment en schiet die zo belangrijke tegengoal binnen: 2-1. “Pats dit is dus eredivisie,” zo dacht de spelbepaler direct. Nog één keer probeerde NAC zich te herpakken en al snel na die tegentreffer scoorde Ton Cornelissen het derde Bredase doelpunt. Helaas voor hem en iedereen in Breda stond de topschutter buitenspel. Daarmee was het verzet definitief gebroken en kreeg de eerder opgeklopte sfeer zijn uitwerking. Scheidsrechter Jaap Uilenberg legde de wedstrijd korte tijd stil omdat grensrechter Bouwmeester met vuurwerk werd bekogeld. VVV-manager Wiel Teeuwen kon net zoals in 1985 de spanning niet meer aan en dook de catacomben in, kwam in een verlaten ruimte terecht, maar zag tot zijn schrik dat daar een TV aanstond met de beelden van de wedstrijd. Bij iedere Bredase aanval boog Teeuwen het hoofd. Kijken durfde hij niet. “Ik zat echt even in een dalletje,” zo biechtte de manager later eerlijk op.

Toen om 21.32 uur dan eindelijk het laatste fluitsignaal klonk, kon het feest in het uitvak met 1100 Venlose supporters beginnen. Niet veel later moesten zij echter voor hun eigen veiligheid rennen omdat NAC-hooligans hun frustratie niet in toom wisten te houden. Zelfs in de bus was wegduiken het devies. Een aantal bakstenen zorgden voor kapotte ruiten in de eerste supportersbus. Eenmaal weg uit Breda en veilig op de snelweg werd het feest hervat. Op de weg terug naar Venlo; daar waar voor de derde keer in 15 jaar tijd duizenden mensen voor een verkeerschaos zorgden. In de stromende regen wachten zij op het stationsplein op de terugkeer van hun helden. Het was bijna middernacht toen de zegetocht op het Joeksmobiel door de stad kon beginnen. Een zegetocht die eindigde in de traditionele huldiging voor het stadhuis.

VVV was dus sneller dan verwacht terug in de eredivisie. Het was een huzarenstukje van het nieuwe bestuur en de in het betaald voetbal debuterende coach Henk Rayer. Toch was met name de nieuwe voorzitter Jan Vlaminckx zich bewust van de enorme uitdaging die de club in de eredivisie te wachten stond. Een nog grotere uitdaging dan in 1976 en 1985. De promotie beschouwde hij echter als logisch en vooral mooi. “Wie sport bedrijft, wil het allerhoogste bereiken. Voor VVV is dat de eredivisie. Geld voor versterkingen is er echter niet.” Vlaminckx benadrukt na de wedstrijd tegen de journalisten van het Dagblad voor Noord-Limburg dat hij vooral bestuurder is en geen supporter. De nieuwe zakelijkheid van het betaalde voetbal krijgt begin jaren 90 dus duidelijk vorm. “Nee, ik loop niet met een geelzwart petje op. Een bestuurder is er om de continuïteit te garanderen. Een voetbalclub is namelijk gewoon een bedrijf. Wij hoeven het publiek niet te vermaken. Het komend seizoen gaat alle aandacht naar het aantrekken van nieuwe sponsoren en de pas opgezette businessclub. Daarom proberen we ook een commercieel manager aan te trekken. VVV is een club voor de top van de eerste divisie met af en toe een paar leuke jaren in de eredivisie. Dat is altijd zo geweest en zal ook zo blijven.” Zijn voorganger Jeu Sprengers zal in de speciale promotiebijlage uit 1991 een zelfde soort uitspraak doen. “Dit is het lot van een provincieclub als VVV. Het draagvlak in Noord-Limburg is gewoon niet groot genoeg. Dat is de tragiek en de charme van deze club.”

Voor de bekende criticasters die na iedere promotie van de club opstaan met de vraag wat VVV in de eredivisie te zoeken heeft, geeft oud-speler Stan Valckx – inmiddels al uitkomend voor PSV – een passend antwoord. “Mensen moeten zich niet afvragen of promotie zinvol is. VVV gaat nu naar de eredivisie en dat is prachtig.”

Rob

Bron – archief Dagblad voor Noord-Limburg

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s